Testen, dubbel bijzondere kinderen en misdiagnoses

Waarom goed kijken belangrijker is dan snel labelen

Bij hoogbegaafde kinderen is het niet altijd eenvoudig om goed te zien wat er aan de hand is. Ze kunnen hun talenten maskeren, gedrag laten zien dat verkeerd wordt begrepen of onderpresteren uit frustratie. Soms lijken ze dromerig, druk of juist onzeker en wordt er gedacht aan ADHD, ASS of een angststoornis. In sommige gevallen klopt dat, maar vaak ligt het anders. Hoogbegaafde kinderen vertonen sterkere kenmerken van bijvoorbeeld ASS en ADHD wanneer ze niet goed in hun vel zitten. 

Dubbel bijzondere kinderen (2E)

Sommige kinderen zijn niet alleen hoogbegaafd, maar hebben daarnaast ook een uitdaging, zoals ADHD, dyslexie, ASS of een andere leer- of ontwikkelingsstoornis. Deze kinderen noemen we dubbel bijzonder (2E: twice exceptional).
Hun hoge intelligentie kan beperkingen compenseren en omgekeerd kan de uitdaging hun talenten verhullen. Daardoor blijven ze vaak onbegrepen.

Een dubbel bijzonder kind kan bijvoorbeeld:

  • een groot denkvermogen combineren met moeite om taken te plannen of vol te houden;


  • enorm creatief zijn, maar vastlopen in perfectionisme of faalangst;


  • een diepe behoefte aan autonomie hebben, maar moeite hebben met sociale situaties;


  • in de klas rustig lijken, maar van binnen overprikkeld of gefrustreerd raken.


Het herkennen van deze dubbele dynamiek vraagt kennis, ervaring en vooral: een brede blik.

Testen en onderzoek: meer dan cijfers

Een IQ-test of psychologisch onderzoek kan waardevolle informatie geven, maar cijfers vertellen nooit het hele verhaal.
 Bij hoogbegaafde of dubbel bijzondere kinderen is het cruciaal om te kijken hoe een kind denkt, leert en reageert, niet alleen wat het scoort.
Een testmoment zegt soms meer over de omstandigheden dan over de werkelijke mogelijkheden van het kind.

Daarom pleit ik voor zorgvuldig en deskundig testen, bij voorkeur uitgevoerd door professionals met ervaring in hoogbegaafdheid. Een goed onderzoek kijkt niet alleen naar de cognitieve kant, maar ook naar motivatie, emotionele beleving, sensorische prikkelverwerking en omgevingsfactoren. Dat betekent ook dat een kind dat niet goed in zijn vel zit mijns inziens beter niet getest kan worden. Eérst werken aan welzijn, daarna eventueel testen, niet andersom. 

Misdiagnoses: als ‘anders zijn’ verkeerd wordt begrepen

Hoogbegaafde kinderen worden regelmatig verkeerd gediagnosticeerd. Hun intensiteit, gevoeligheid of kritische houding wordt soms verward met gedragsproblemen.
Zo kan:

  • nieuwsgierigheid en doorvragen lijken op dwangmatig gedrag

  • behoefte aan autonomie lijken op opstandigheid

  • perfectionisme lijken op faalangst of rigiditeit

  • onderprikkeling leiden tot druk of juist teruggetrokken gedrag.

In werkelijkheid gaat het vaak om onvoldoende afstemming tussen kind en omgeving, niet om een stoornis.

Waar het echt om draait

Een goed begrip van het kind vraagt dat we verder kijken dan gedrag of testresultaten.
We moeten zien wat eronder zit: frustratie, verveling, eenzaamheid of juist een intens verlangen om begrepen te worden.

“Een juiste diagnose begint met de bereidheid om écht te kijken , zonder vooroordeel, met nieuwsgierigheid en compassie.”

Wil je sparren over een kind dat mogelijk dubbel bijzonder is, of twijfel je aan een eerdere diagnose of testuitslag?
Neem gerust contact op. Samen kijken we naar het hele plaatje, zodat elk kind de kans krijgt om op te bloeien op zijn eigen manier.

Om meer duidelijkheid te verschaffen heb ik een schema gemaakt waarin hoogbegaafdheid naast de meest voorkomende misdiagnoses wordt gelegd, namelijk ASS en ADHD. Uiteraard zou dit schema nog veel uitgebreider kunnen (denk aan TOS, OCD, et cetera), maar ik heb er voor gekozen het overzichtelijk te houden. Het schema vindt je hier:  Schema